Joris Luyendijk kijken bij Buitenhof

23-02-2022

Meesurfend op de golven van het wokisme heeft Joris Luyendijk een boek geschreven. Liever noemt hij zichzelf daarin geen blanke man, en liever had hij daarin niet geschreven dat Neelie Kroes haar typisch elitaire tongval heeft gecultiveerd om hogerop te komen.

Misschien komt dat wel omdat Joris een beetje verwend is. Zijn moeder was namelijk lerares Nederlands, en zijn vader had een elitaire zus met dito tongval. Dan is er van huis uit natuurlijk wat minder aanleiding voor het tonen van empathie met de zwakkeren. Dus deed Joris tot zijn vijftigste alsof zijn neus bloedde wanneer mensen met een regionaal accent, een dialect of zelfs een eigen taal, eigenlijk vooral werden uitgelachen.

Maar gelukkig was daar het wokisme om Joris wakker te schudden en zijn ogen te openen voor de heersende tongval van de liberale elite in de randstedelijke machtscentra; Den Haag, Wassenaar, de grachtengordel. En gelukkig zat Sylvana Simons tegenover Joris aan tafel bij Buitenhof, om hem er op te wijzen dat het toch wel een beetje raar is dat hij pas op zijn 50-ste, nota bene in een top-baan bij the Guardian, ontdekte dat mensen die afwijken van de norm die in Den Haag, Wassenaar en de grachtengordel bon ton is, geen enkele kans maken om op dezelfde goede journalistieke posities te belanden als Joris. 

The Guardian, krant voor Engelse liberalen die op de Engelse versies van PvdA en D66 stemmen, zou volgens wikipedia 'het linkse debat aanjagen'. Dat zal dan wel een beetje een zelfde soort links zijn als het links van Joris: een pseudolinks amalgaam van liberaal gedrag, afhankelijk van de mode van het moment vermengd met een beetje wokisme, wat anti-kloof retoriek en her en der wat dogmatisch geroep over de noodzaak van biomassa voor het kappen van andermans oerbossen. Kortom, een links dat volledig uitwisselbaar is met (liberaal) rechts. 

Als je grip wil krijgen op het tot handelskenmerk verheven obscurantisme van types als Joris Luyendijk moet je niet alleen kijken naar hun woorden maar ook naar hun daden; die woorden en daden zijn namelijk vaak volstrekt in tegenspraak met elkaar. Zo is een keus voor the Guardian bijvoorbeeld een keus voor een bedrijf dat grotendeels in handen is van private equity bedrijf Apax. Dat levert misschien mooie salarissen op, maar echt geen linkse artikelen. 

Stel je ook eens voor, dat in the Guardian onverhoopt een artikel zou verschijnen tégen private equity roofkapitalisten. Of een artikel tégen de lage belasting op vermogen. Laat staan een artikel tégen het imperialisme van Europa, of een artikel vóór de soevereiniteit van Europese landen. Of - godbetert - een artikel over het belang van directe democratie, van onderop, met bindende referenda, direct gekozen bestuurders en imperatieve mandaten.

Of nog erger: een artikel over een democratie waarin ook bedrijven democratisch bestuurd worden, door direct gekozen bestuurders.

Het is bijna ondenkbaar dat westerse media schrijven over succesvolle voorbeelden van directe democratie. Een democratie à la Besançon bijvoorbeeld, met de democratisch bestuurde horlogefabriek LIP. Een democratie gebaseerd op Victor Hugo's definitie van links ('rijkdom weten te produceren èn weten te verdelen') en op Pierre-Joseph Proudhon's libertair socialisme. Het liberalisme; de ‘vrijheid’ van types als Luyendijk werkt dit hardnekkig tegen.

Joris Luyendijk oogde ondertussen moe maar zelfvoldaan tijdens zijn optreden bij Buitenhof. Hij had het toch maar even aangedurfd om tegen de al even zelfvoldane Twan Huys te zeggen dat het wokisme ook van Twan eist dat hij zichzelf cancelled, wat Twan vervolgens niet echt hoefde te doen van onze eigen polderversie van Thatcher, compleet met bekakt moerasmondje.

Wat me opvalt aan Joris is dat hij inderdaad, zoals hijzelf onvermoeibaar benadrukt, een ongepaste strijd voert. Maar niet, zoals hij zelf denkt, omdat hij blank of machtig is. Macht is in dit internettijdperk immers niet meer echt gekoppeld aan positie. 

En ook blanke mannen mogen van mij de leiding nemen bij het benoemen van misstanden - of verbeterpunten. Nee, Joris' pleidooi is ongepast omdat Joris overduidelijk onderdeel is van de links liberale elite die zèlf het obstakel vormt voor het realiseren van maatschappelijke verbeteringen. 

Verbeteringen zoals daar zijn: vrijheid, gelijke kansen, laïcité, feminisme, transparantie, zelfsturing en directe democratie. Ondanks het feit dat Joris een heel boek heeft volgeschreven over het feit dat hij ‘woke’ is, heeft hij geen benul van het echte obstakel voor sociale vooruitgang.

Roepen dat je niet de leiding mag nemen omdat je de verkeerde huidskleur hebt, geen vrouw, trans- of homoseksueel bent in een tijd waarin het wokisme dat van je eist is een andere manier van wegkijken van het echte probleem; het feit dat niet je talent maar je onderwerping aan het wokisme ervoor zorgt dat er geld binnenstroomt. 

En het liberalisme vindt dat wokisme helemaal prima, zolang er maar niet over sociale vooruitgang wordt gesproken. 

Het wokisme is, samen met een snufje anti-kloof retoriek, drie eetlepels racialisme en een scheutje dogmatische klimaatretoriek, een prima recept om het liberalisme op te blijven dienen als een gerecht dat we nog jarenlang zonder zorgen zouden kunnen blijven eten.

Dat er in Buitenhof van mijn belastinggeld ruimte wordt geboden aan dit soort slordig denken, aan Luyendijk en zijn bekering tot het wokisme en aan onze eigen polder-Thatcher is een teken dat Buitenhof zich nog niet echt heeft weten te ontworstelen aan het toenemende intellectueel nihilisme en de endemollisering van de Nederlandse media.

J. Mekkes